Eigenlijk willen we maar één kitten adopteren. Ik kan niet kiezen. Snoebel en Sieske hebben allebei iets dat me vertederd. Carel, mijn man, valt helemaal voor Sieske. Als we Sieske mogen halen ziet óók hij hoe Snoebel contact met ons maakt. Ze zit met haar grote ogen verdrietig naar hem te kijken en vraag als het ware: ‘Wil je me echt niet?’ Achteraf vertelt hij me dat hij smelt onder die verdrietige blik en hij zegt spontaan, dat je de meiden niet kunt scheiden. Ze gaan zelfs samen op de kattenbak. ‘Echt vrouwen’ zei Carel, ‘Ze moeten altijd samen naar de WC’. De zussen komen dus allebei bij ons wonen. Snoebel is de slimste kat die we ooit hebben gehad. Ondanks haar handicap, of misschien wel dankzij haar handicap, heeft ze meteen door hoe zaken werken. Als je achter de kast tegen de la duwt, gaat deze open en kun je aan de voorkant alle snoepjes jatten. Een hond die achter langs de tuin komt, moet ook voor langs komen, dus als ze hem achter niet meer ziet, rent ze naar het raam voor om te zien of hij ook daar langs komt. In tegenstelling tot haar zusje, praat ze weinig. Ze weet echter heel goed duidelijk te maken wat ze wil. Aan haar virusinfectie als kitten heeft ze een en ander als restverschijnsel overgehouden. Ze valt geregeld zomaar om. Ook als je haar wilt aaien, moet ze eerst gaan liggen, anders valt ze om. Ze houdt wel van knuffelen. Als ze met spelen erg wild is geweest, kan ze niet meer staan en sleept ze haar achterpoten achter zich aan. Op advies van de dierenarts hebben we dus alle speeltjes opgeborgen. Gelukkig wordt ze als ze ouder wordt toch wat sterker in haar achterpoten, al komt het niet echt goed. Ze rent scheef en ziet er dan uit als een tekenfilm poesje. Ze is dol op het drinken van het water uit de vijvers achter en naast ons huis en is er al tig keer ingevallen; ze komt er zonder moeite steeds weer uit. Waarschijnlijk heeft ze al zo vaak een nat pak gehad, dat een fikse regenbui haar niet deert. Haar grote hobby is bomen klimmen, waar ze vanwege haar evenwichtstoornissen geheid weer uitvalt. Dat interesseert haar niets, ze begint gewoon weer opnieuw. Ze is hondsbrutaal en zelfs voor de duvel nog niet bang. Op een van onze avondwandelingen komen we een man tegen met een grote Duitse herder die los loopt. Als hij ons met de katten ziet, maakt hij meteen zijn hond vast. Sieske en Funs gaan er meteen tussenuit. Zo’n grote hond vinden ze maar eng. Snoebel moet ik echter tegenhouden, want ze wil de hond te grazen nemen. De hondeneigenaar ligt helemaal in een deuk. Het is de eerste keer dat zijn hond moet beschermen tegen een kat. Ze vindt het heerlijk om buiten voor het raam van de buren te zitten, waar de hond dan zielig zit te piepen omdat Snoebel hem weer plaagt. Ik maak me wel zorgen, dat ze een keer de verkeerde hond tegenkomt. Ze is zo brutaal, dat ze bij iedereen binnenloopt. Waarschijnlijk komt het daardoor, dat ze 3 dagen en 2 nachten verdwijnt. We hebben meteen alle mogelijke zoekacties ingezet, dierenambulance, AMIVEDI en de hele buurt en winkels van posters voorzien. Op de avond van dag 3 komen we in hevig noodweer thuis. Snoebel zit als een hoopje ellende bij de achterdeur te wachten, doornat. Ze is al tenger, maar nu in en in mager. Ze is uitgedroogd en we beginnen meteen met om het uur kleine porties eten met vocht. De eerste dagen eet ze goed, maar na 3 dagen weigert ze ineens alle eten en drinken. De dierenarts gebeld, want het is loeiheet weer. Ze kan meteen terecht en blijft even voor observatie. Ook daar weigert ze alles aan eten en drinken en ze krijg een infuus. Eigenlijk moet ze de nacht blijven, maar na spuiten tegen de pijn, misselijkheid én een plasspuit eet ze voorzichtig weer een beetje natvoer. Omdat ik verder vrij ben én al vaker katten met infuus heb verzorgd, mag ze toch mee naar huis met het infuusnaaldje nog in. Infuusvloeistof en toedieningssysteem krijg ik ook mee in geval ze toch niet eet. Gelukkig begint ze weer voorzichtig te eten. De soort verwondingen aan haar kopje en haar stevig afgesleten nagels geven ook de dierenarts de indruk, dat ze waarschijnlijk opgesloten heeft gezeten en verwoedde ontsnappingspogingen heeft gedaan. Het blijft sukkelen vanaf die tijd. Geregeld zit ik met haar bij de dierenarts. Er wordt steeds niets gevonden. Als ik vol blijf houden dat er iets mis moet zijn, wordt ze uiteindelijk toch grondig onderzocht. Ze heeft een breuk in haar middenrif. Haar hart wordt verdrongen en de linkerlong kan zich niet meer ontplooien. Na een heel zorgelijk weekend, wordt ze in Wageningen geopereerd. Dat is een verhaal apart, wat zeker nog volgt. Gelukkig knapt Snoebel goed op en wordt weer haar lieve oude zelf. Dominant, slim, maar zó lief. Ze heeft een heel speciaal plekje in ons hart.
donderdag 9 juli 2009
Snoebel
Eigenlijk willen we maar één kitten adopteren. Ik kan niet kiezen. Snoebel en Sieske hebben allebei iets dat me vertederd. Carel, mijn man, valt helemaal voor Sieske. Als we Sieske mogen halen ziet óók hij hoe Snoebel contact met ons maakt. Ze zit met haar grote ogen verdrietig naar hem te kijken en vraag als het ware: ‘Wil je me echt niet?’ Achteraf vertelt hij me dat hij smelt onder die verdrietige blik en hij zegt spontaan, dat je de meiden niet kunt scheiden. Ze gaan zelfs samen op de kattenbak. ‘Echt vrouwen’ zei Carel, ‘Ze moeten altijd samen naar de WC’. De zussen komen dus allebei bij ons wonen. Snoebel is de slimste kat die we ooit hebben gehad. Ondanks haar handicap, of misschien wel dankzij haar handicap, heeft ze meteen door hoe zaken werken. Als je achter de kast tegen de la duwt, gaat deze open en kun je aan de voorkant alle snoepjes jatten. Een hond die achter langs de tuin komt, moet ook voor langs komen, dus als ze hem achter niet meer ziet, rent ze naar het raam voor om te zien of hij ook daar langs komt. In tegenstelling tot haar zusje, praat ze weinig. Ze weet echter heel goed duidelijk te maken wat ze wil. Aan haar virusinfectie als kitten heeft ze een en ander als restverschijnsel overgehouden. Ze valt geregeld zomaar om. Ook als je haar wilt aaien, moet ze eerst gaan liggen, anders valt ze om. Ze houdt wel van knuffelen. Als ze met spelen erg wild is geweest, kan ze niet meer staan en sleept ze haar achterpoten achter zich aan. Op advies van de dierenarts hebben we dus alle speeltjes opgeborgen. Gelukkig wordt ze als ze ouder wordt toch wat sterker in haar achterpoten, al komt het niet echt goed. Ze rent scheef en ziet er dan uit als een tekenfilm poesje. Ze is dol op het drinken van het water uit de vijvers achter en naast ons huis en is er al tig keer ingevallen; ze komt er zonder moeite steeds weer uit. Waarschijnlijk heeft ze al zo vaak een nat pak gehad, dat een fikse regenbui haar niet deert. Haar grote hobby is bomen klimmen, waar ze vanwege haar evenwichtstoornissen geheid weer uitvalt. Dat interesseert haar niets, ze begint gewoon weer opnieuw. Ze is hondsbrutaal en zelfs voor de duvel nog niet bang. Op een van onze avondwandelingen komen we een man tegen met een grote Duitse herder die los loopt. Als hij ons met de katten ziet, maakt hij meteen zijn hond vast. Sieske en Funs gaan er meteen tussenuit. Zo’n grote hond vinden ze maar eng. Snoebel moet ik echter tegenhouden, want ze wil de hond te grazen nemen. De hondeneigenaar ligt helemaal in een deuk. Het is de eerste keer dat zijn hond moet beschermen tegen een kat. Ze vindt het heerlijk om buiten voor het raam van de buren te zitten, waar de hond dan zielig zit te piepen omdat Snoebel hem weer plaagt. Ik maak me wel zorgen, dat ze een keer de verkeerde hond tegenkomt. Ze is zo brutaal, dat ze bij iedereen binnenloopt. Waarschijnlijk komt het daardoor, dat ze 3 dagen en 2 nachten verdwijnt. We hebben meteen alle mogelijke zoekacties ingezet, dierenambulance, AMIVEDI en de hele buurt en winkels van posters voorzien. Op de avond van dag 3 komen we in hevig noodweer thuis. Snoebel zit als een hoopje ellende bij de achterdeur te wachten, doornat. Ze is al tenger, maar nu in en in mager. Ze is uitgedroogd en we beginnen meteen met om het uur kleine porties eten met vocht. De eerste dagen eet ze goed, maar na 3 dagen weigert ze ineens alle eten en drinken. De dierenarts gebeld, want het is loeiheet weer. Ze kan meteen terecht en blijft even voor observatie. Ook daar weigert ze alles aan eten en drinken en ze krijg een infuus. Eigenlijk moet ze de nacht blijven, maar na spuiten tegen de pijn, misselijkheid én een plasspuit eet ze voorzichtig weer een beetje natvoer. Omdat ik verder vrij ben én al vaker katten met infuus heb verzorgd, mag ze toch mee naar huis met het infuusnaaldje nog in. Infuusvloeistof en toedieningssysteem krijg ik ook mee in geval ze toch niet eet. Gelukkig begint ze weer voorzichtig te eten. De soort verwondingen aan haar kopje en haar stevig afgesleten nagels geven ook de dierenarts de indruk, dat ze waarschijnlijk opgesloten heeft gezeten en verwoedde ontsnappingspogingen heeft gedaan. Het blijft sukkelen vanaf die tijd. Geregeld zit ik met haar bij de dierenarts. Er wordt steeds niets gevonden. Als ik vol blijf houden dat er iets mis moet zijn, wordt ze uiteindelijk toch grondig onderzocht. Ze heeft een breuk in haar middenrif. Haar hart wordt verdrongen en de linkerlong kan zich niet meer ontplooien. Na een heel zorgelijk weekend, wordt ze in Wageningen geopereerd. Dat is een verhaal apart, wat zeker nog volgt. Gelukkig knapt Snoebel goed op en wordt weer haar lieve oude zelf. Dominant, slim, maar zó lief. Ze heeft een heel speciaal plekje in ons hart.
woensdag 8 juli 2009
Sieske
Sieske is een katje opgevangen door Stichting Katimo. Zij komt uit een nestje van 4 kittens, die langs de weg gevonden worden. Weggegooid om dood te gaan. Ze krijgen allemaal een ernstige virusinfectie, maar Sieske overleeft het en word weer kerngezond. Wij kennen haar vanaf dag één op het opvangadres, want de kittens worden opgevangen door onze lieve schoondochter.
We worden meteen verliefd op Sieske, vanwege haar lieve aanhankelijke karakter, maar ook haar mooie uiterlijk. Ze is zwart, maar de uiteindjes van haar haartjes hebben een grijze schijn. Hier en daar een heel enkel wit haartje, maar dat moet je echt zoeken. Haar beide broertjes zijn overleden, ondanks alle lieve goede zorgen. Haar zusje Snoebel is er minder goed mee weggekomen. Na het overlijden van Owoeri en het verdriet van Funs besluiten we om haar te adopteren. Sieske is speels en doet niet niets liever dan kroelen. Als je haar knuffelt spint ze zo hard, dat je het 5 km verder nog kunt horen.
Met de avondwandeling is ze echt een ‘Dolle Dokus’ en vliegt in iedere boom die ze tegenkomt. Ze is dan ‘Super Sieske’ en zo gek als een deur. Ze is ook een echte kwebbeltante en vertelt de hele dag wat ze zoal heeft gedaan. Iedere vorm van aandacht is welkom en ze heeft altijd een goed humeur. Mijn grootste zorg is, dat iemand haar meeneemt. Ze is aanhalig en een allemansvriendje.
De grootste hobby van Sieske is eten. Zodra de koelkast opengaat is ze er 9 van de 10keer als de kippen bij in de hoop op een extraatje. Ze eet werkelijk alles wat los en vast zit en jat als ze de kans krijgt het eten van de anderen of jat het op een onbewaakt ogenblik van ons. Ze vreet ook alle muizen op die ze zelf vangt of Funs voor de dames meebrengt. Nu is ze nog een mooi slank katje, maar als ze zo door gaat……?
Sieske is enorm mannengek, dus wordt mijn man als hij thuis overstelpt met haar liefde. Het leukste vindt zij om samen met hem de krant te lezen en te computeren. Ze snapt er niets van dat hij haar aandacht niet altijd waardeert en blijft vriendelijk spinnend net zo lang bezig dat hij het maar opgeeft.
Als mijn man niet thuis is, wordt Funs grondig geknuffeld. Even vindt het wel leuk, maar ze is zo aanhalig, dat ook hij er genoeg van krijgt en haar bestraft met een snauw als ze zich op blijft dringen. Als statige heer is hij óók op zijn rust gesteld. Snoebel en ik sluiten de rij en als wij geen zin meer hebben, gaat ze haar liefde aan de buren tonen. Gelukkig zijn de meesten weg van haar.
Sieske is de vrolijkste kat die we ooit gehad hebben. Ze heeft altijd een zonnig humeur en wij zeggen wel eens; ‘Als ze kon zingen en fluiten, deed ze dat in plaats van kwebbelen’. Ze heeft wel energie voor 10 en soms is dat wel vermoeiend.
zaterdag 4 juli 2009
Funs
Funs wordt 13 jaar geleden op de verjaardag van mijn jongste zoon geboren. De verjaardagsvisite zit beneden; ik boven op de slaapkamer, want moeder Möpke raakt erg overstuur als ik ook maar even wegga. Tijdens de weeën moet ik steeds mijn hand op haar buik houden. Als ik dat niet doe, wordt ze onrustig en komt uit haar kraamdoos om op mijn schoot te liggen; geen ideale plek om te bevallen. Dan maar het buikje vasthouden.
Funs is de kleinste van het nest. Ma Möpke is tijdens een grote buik operatie ook gesteriliseerd, maar desondanks toch krols en zwanger. De dierenarts gelooft me niet als ik het vertel, maar helaas, het is toch waar.
Omdat Möpke niet genoeg melk heeft voor alle vier haar kittens, wordt Funs met de fles bijgevoed. Met Funs hebben we dus echt een speciale band. Funs is een heel leuk speels kitten dat het heerlijk vindt om het middelpunt van de belangstelling te zijn, vooral als er bezoek komt. Inmiddels is hij een grote forse kater en de baas in onze buurt. Zijn moeder Möpke verdwenen na onze verhuizing. Ik kijk nog steeds of ik haar ergens zie, zowel hier als in onze oude buurt.
Omdat Funs zich alleen niet gelukkig lijkt te voelen, krijgt onze jongste zoon een rood katertje. Hij noemt hem Owoeri. Een pittig kereltje, dat dol is op Funs. Na een hele tijd is Funs ook dol op Owoeri ( wat een naam). Helaas wordt Owoeri na 2 jaar doodgereden in onze bijna autoloze straat. Nu is Funs echt een hoopje ellende, hij eet niet, knuffelt niet, vermagert zienderogen en is gewoon onze stoere Funs niet meer.
Toch maar weer een kitten, besluiten wij. Het worden er dus twee: We adopteren ze bij Stichting Katimo. Na enige dagen wennen is Funs dol op de meiden. Hij is weer echt stoer en weer kattenkoning in de buurt. Hij regeert met mild gezag, want onder zijn stoere uiterlijk zit een klein hartje.
Hij regelt voor een deel de opvoeding van de meiden, vooral op het gebied van jagen. In het begin brengt hij dode prooien voor de meiden naar huis, na enige tijd echter levende prooien. Hoewel hij normaal altijd zeer zacht en bescheiden miauwt, laat hij als hij met prooi thuiskomt loeihard zijn ‘muizenmiauwtje’ horen om de dames naar buiten te lokken. Tevreden kijkt hij dan toe hoe ze de prooi overmeesteren en grijpt alleen in als de prooi dreigt te ontsnappen. Echt ‘einen goojen blood’. Hij snapt alleen niet dat wij geen fan zijn van moord en doodslag in onze achtertuin en pogen de, vaak onbeschadigde, prooi te redden.
Knuffelen mag je hem alleen als hij daar zelf om vraagt, maar dat doet hij geregeld, want hij is er toch dol op. Hij kan wel met de meiden dollen en ravotten, maar laat duidelijk weten wanneer ze te ver gaan. Hij is lief en geduldig, doet soms mee met de gekke 5 minuten van Sieske maar van Snoebel vindt hij zo ongeveer alles goed. Schijnbaar heeft hij in de gaten dat ze wat extra aandacht nodig heeft. Hij wordt ook onrustig als ze naar zijn zin te lang wegblijft, maar ze trekken er ook veel met z’n tweeën op uit. Hij is echt haar beschermheer, maar kan niet altijd voorkomen dat ze door haar brutale gedrag en zucht naar avontuur wel eens in moeilijkheden komt.
Iedere kat een eigen karakter
Net als veel andere kattenbezitters vind ik mijn eigen katten héél mooi en echt bijzonder. Mijn leven lang heb ik al katten. Elk van hen heeft een plekje in mijn hart. Sommigen van hen blijven je levenlang onder je velletje, zoals Möpke, de moeder van Funs. Zij is ontsnapt na onze verhuizing. Zelfs na jaren kijk ik nog naar haar uit, zowel in onze nieuwe buurt als in de oude buurt.
Voor vrienden en kennissen die géén katten hebben, is een kat gewoon een kat. Vaak vinden ze het raar als ik vertel dat ik vind dat ze zo verschillend zijn van karakter. Een kat is toch gewoon een kat? Nou voor mij zeker niet. Deze blog is voor mijn katten en hun verhalen. Mogelijk vinden jullie ze net zo bijzonder als ik.

Möpke, verdwenen op 5 mei 2005
Voor vrienden en kennissen die géén katten hebben, is een kat gewoon een kat. Vaak vinden ze het raar als ik vertel dat ik vind dat ze zo verschillend zijn van karakter. Een kat is toch gewoon een kat? Nou voor mij zeker niet. Deze blog is voor mijn katten en hun verhalen. Mogelijk vinden jullie ze net zo bijzonder als ik.

Möpke, verdwenen op 5 mei 2005
Abonneren op:
Posts (Atom)